Stroomafschakeling of current limiter
Ga hier naar de productenpagina.
Met een stroomafschakeling wordt bedoeld: een samenstel van elektronische componenten dat ervoor zorgt dat een motor wordt afgeschakeld op het moment dat de motorstroom gedurende een bepaalde tijd (afschakeltijd) boven een bepaald niveau (afschakelstroom) is. Vaak is er ook een voorziening om de polariteit om te keren zodat een draairichting m.b.v. stuursignalen geselecteerd kan worden.
Er zijn verschillende redenen om een stroomafschakeling toe te passen:
1. zorgen dat de motor niet verbrand (afhankelijk van de norm)
2. zorgen dat de kracht op mechanische onderdelen niet te groot wordt
3. energie besparen
De algemene stroomafschakeling wordt meestal niet gebruikt om letsel te voorkomen omdat hiervoor andere eisen gelden.
Er moet bij het toepassen van een stroomafschakeling met de volgende zaken rekening worden gehouden:
1. De voedingsspanning moet ten alle tijden hoog genoeg zijn om de afschakelstroom te kunnen laten lopen. Voorbeeld: Ohmse weerstand motor = 1 Ohm. Gewenste afschakelstroom is 5A. Dus minimaal = 5V nodig om 5A te laten lopen. Let hierbij op: de tolerantie en temperatuursafhankelijkheid van de motorweerstand, de kabelweerstand en het instorten van de voedingsspanning bij een hogere belasting.
2. Niet alle stroomafschakelingen begrenzen de piekstroom. Zonder begrenzing kan, gedurende de afschakeltijd, de stroom stijgen tot maximaal de voedingsspanning gedeeld door de Ohmse weerstand van de motor en de kabel. Dit kan tot gevolg hebben dat bv. de maximale kracht overschreden wordt waardoor er mechanische onderdelen defect gaan. Bij een systeem dat mechanisch vastloopt is de stijgsnelheid van de stroom een belangrijke factor. Deze wordt onder andere bepaald door de elasticiteit van het systeem. Als de stijgsnelheid en de afschakeltijd bekend is kan de maximale stroom die er gaat lopen op het moment van afschakelen bepaald worden.
3. Het is belangrijk de juiste afschakelstroom in te stellen. Als de afschakelstroom boven de nominaalstroom van de motor ligt moet ervoor worden gezorgd dat de motorstroom niet gedurende een langere tijd boven de nominaalstroom kan zijn. Bij applicaties waarbij de slag beperkt is kan de afschakelstroom in veel gevallen boven de nominaalstroom gekozen worden omdat dan een hogere stroom niet onbeperkt kan lopen door de beperkte slag (mits aan punt 1 voldaan is).
4. De afschakeltijd moet zo gekozen worden dat er niet wordt afgeschakeld door de piekstroom die ontstaat bij het inschakelen van de motor.
Alle theoriepagina's zijn gebundeld in een ‘Theorieboek'. Op verzoek kunnen wij u dit toesturen. Klik hier om het theorieboek aan te vragen.